1 / 6 Next Page
Information
Show Menu
1 / 6 Next Page
Page Background

I

DE L’UTILITÉ - OU DE LA FUTILITÉ –

DES COMPLÉMENTS ALIMENTAIRES

ARTICLE MÉDICAL

PROF. EM. PIERRE BLOCK

TIJDSCHRIFT VAN DE

BELGISCHE CARDIOLOGISCHE LIGA

RICHTLIJNEN EN

RICHTLIJNENVERMOEIDHEID

Richtlijnen of guidelines zijn er bij de vleet. Elke

organisatie heeft wel haar richtlijnen. Of het nu

Europese of Amerikaanse, Britse of Belgische,

algemene of specialistische organisaties zijn, altijd

hebben ze wel ergens hun eigen visie op preventie

en ziekte. Het is op het eerste zicht moeilijk om nog

te blijven volgen. Bovendien worden manuscripten

over richtlijnen voortdurend uitgebreider. De

recente Europese guidelines voor cardiovasculaire

preventie zijn ‘slechts’ een zeventigtal bladzijden

lang. En dan zijn er ook Europese guidelines voor

hypertensie, hyperlipidemie, diabetes, coronair

lijden, myocardaandoeningen, pericardziekten,

congenitale aandoeningen, zwangerschap en

hartziekte, klepaandoeningen, endocarditis,

pulmonaire hypertensie, aritmie, myocardinfarct,

pulmonaire embolie, hartfalen, enz…

Richtlijnen van de ene organisatie durven ook wel

eens verschillen van die van een andere organisatie.

Dit geeft aanleiding tot verdeelde meningen of tot

wisselende aanpak maar anderzijds leidt het ook tot

kritische herevaluatie van een bepaald standpunt.

Naargelang men zijn punt wil ‘bewijzen’ kan men het

nodige uit de richtlijnen uitfilteren en min of meer in

zijn voordeel gebruiken. Misschien moeten er wel

richtlijnen voor het gebruik van de richtlijnen worden

geschreven. Maar in feite zijn die er ook al met de

aanbevelingsklassen en de evidentieniveau’s.

Richtlijnen zijn niet noodzakelijk bindend maar

vormen in elk geval een stevig kader waarmee

kan gewerkt worden op een op wetenschappelijke

evidentie gebaseerde wijze. Dit geeft de ‘up to date’

blijvende artsen trouwens gemoedsrust bij het

nemen van een beslissing.

Over de jaren heen ziet men een duidelijke evolutie.

Richtlijnen vallen niet zomaar uit de lucht maar

bouwen telkens voort op vorige edities. Diverse

professionele gespecialiseerde organisaties

werken de laatste jaren meer en meer samen

om tot een uniforme set richtlijnen te komen

zodat er toch minder richtlijnen vermoeidheid

ontstaat. Bovendien wordt door zorgverstrekkers

meer en meer belang gehecht aan de richtlijnen

van de grootste en belangrijkste organisaties

zoals de Europese Vereniging voor Cardiologie

en wordt minder en minder op maat van kleine

organisaties of verenigingen gewerkt. Zo ontstaat

er meer coherentie tussen deze zorgverstrekkers

van verschillende specialismen. De EuroAspire

onderzoeken tonen aan dat er weliswaar met een

belangrijke latentietijd een gunstige evolutie in

de behandelingspatronen optreedt. Eenzelfde

latentietijd ziet men ook bij het bekomen van

terugbetalingscriteria die misschien ook niet altijd

snel genoeg geactualiseerd worden.

Het lijkt me alvast het beste om iedereen met een

‘rustige vastheid’ de Europese richtlijnen te laten

volgen. In dit nummer worden de actuele herziene

Europese richtlijnen voor cardiovasculaire preventie

in de klinische praktijk samengevat.

||

EDITO

LUC MISSAULT,

MD, DSC, CARDIOLOOG

VOORZITTER WETENSCHAPPELIJKE RAAD VAN DE BELGISCHE CARDIOLOGISCHE LIGA

I

II

IV

INHOUD

EDITO

Richtlijnen en richtlijnen

vermoeidheid

MEDISCH ARTIKEL

Europese richtlijnen

voor de preventie

MEDISCH ARTIKEL

Cardiovasculaire

preventie

TIJDSCHRIFT VAN DE

BELGISCHE CARDIOLOGISCHE LIGA

Exemplaar voorbehouden aan het

MEDISCH CORPS

P 206097 | AFGIFTEKANTOOR BRUSSEL X

04/2016